maandag 15 december 2014


Bij binnenkomst dringt onmiddellijk de prangende geur van dode mensen, aangekoekte asbakken en resten kaasfondue mijn neus binnen. Stof vormt zich als een verstikkende deken om mijn vers gewassen kleding. Mijn haren voelen direct alsof ik ze tien minuten in de frituurolie heb gehangen. Zelfs zonder allergie voor ontbindende dingen begin ik spontaan te niezen. Dit is hoe ik me voel, iedere keer als ik een kringloopwinkel in loop.


Waarom ga je dan? Vraag je je misschien af. Ik ben niet gekker op dode dingen dan de gemiddelde persoon, denk ik zo. Macklemore probeerde de zin van de kringloopwinkel te vangen in een pakkend ritme en een gruwelijke tekst. Worden we daar duidelijker van? Ondanks dat dingen ruiken als R.Kelly's plas, het maakt allemaal niets uit want het was toch maar 99 cent? Is dát het dan?

Is het omdat je er fantastische kleding kan kopen? Mwah. Uiteindelijk kom ik altijd thuis met blouses die bij lange na niet meer in het fenomeen oversized passen en zelfs Roy Donders een beetje te bizar zou vinden.

Is het nostalgie? Het zien van speelgoed uit je gezonde jaren? Gebloemde blikken waar je vroeger Verkadekoekjes op oma's schoot uit kreeg, maar die inmiddels al jaren leeg zijn en ruiken naar oma's schoot?  Het bladeren door oude LP's om er vervolgens achter te komen dat je handen plakken?

Is het om aan te tonen dat ik niet zo'n luxepopje ben als ik lijk? Zo'n type die haar kast vol heeft staan met Nike's, maar toch wil laten zien dat ze luxe kan combineren met "grappige" (het moet altijd grappig zijn) items die opa ook had kunnen dragen? HI HI.

Of is het dan toch zelfhaat? Dat moment dat ik mezelf even lekker kan dwarszitten. Mijn stof- en huismijt allergie in volle toeren laten draaien.

Na een grondige analyse ben ik tot de wortels van dit alles gekomen. De reden dat ik mezelf vrij regelmatig naar kringloopwinkels verplaats stamt allemaal af van de volgende situatie: Jaren geleden vond ik op de bodem van het zwembad waar ik iedere zondag kwam schoonzwemmen (lees: wild trappelend probeerde niet te verdrinken) met mijn vader een vies geel papiertje. Omdat ik blijkbaar toen al gek was op vieze dingen, besloot ik het van de bodem te vissen. Ik had die dag ook al drie scoobiedoo-touwtjes op de schimmelende zwembadvloer gevonden, dus het moest mijn lucky day wel zijn. En ja hoor: het vergeelde papiertje bleek een honderdgulden biljet te zijn. Ik voelde me net Sjakie, die ene van de Chocoladefabriek ja. Stiekem stopte ik het in mijn spreekwoordelijke zak (want een zwempak heeft geen zakken natuurlijk). De volgende dag belde ik vol schuldgevoel het zwembad om te vragen of iemand honderd gulden kwijt was. Niemand reageerde.


Deze schat was beter dan het cadeautje onderin Max schatkistijs, dat ik er keer op keer weer met triomfantelijke blik en vingers plakkend van restjes ijs uithaalde. Ja, sinds ik deze schat vond, ben ik altijd op zoek naar méér schatten. De kringloopwinkel is daar de perfecte plek voor. Wie weet zit er ineens een ring ingezet met zeldzame kristallen in de binding van je tweedehands aktetas. Of koop je voor de leuk een grappig (is ie weer) vaasje, dat gemaakt is door prins Xing van de twintigste dynastie van China. Ik ga dus naar de kringloopwinkel, omdat schoonheid in lelijke en stinkende dingen in het leven kan zitten. Kijk maar naar mijn vriend (okee, nee, flauw). 


Maar serieus. Zoek de schoonheid in de kleine dingen in het leven. De chauffeur in tram 5 die de toeristen in de maling neemt. De zon stralend op de grachten, ook al is het min tien en ben je je handschoenen vergeten. Je moeder die een verse maaltijd voor je kookt nadat je de hele week op die ene pasta hebt geleefd. Wait. Hoe heeft dit stuk over het consumeren van dood-ruikende dingen ineens kunnen omslaan in een zwaar filosofisch stuk over de zin van het leven? Ach. Niemand weet. Ik ga weer lekker kringlopen.

2 opmerkingen:

bloglovin

Followers

Het stoffige archief

Alle content en fotografie © Melissa Krechting, tenzij anders vermeld. Mogelijk gemaakt door Blogger.